ECLI:NL:PHR:2012:BU4827
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over landbouwvrijstelling en pachtersvoordeel bij onttrekking grond aan ondernemingsvermogen
In deze zaak staat centraal de fiscale behandeling van het pachtersvoordeel bij de overgang van landbouwgrond van ondernemingsvermogen naar privé-vermogen. Belanghebbende had landbouwgrond gekocht tegen een prijs lager dan de waarde in vrije staat, waardoor een pachtersvoordeel ontstond. Bij de staking van zijn landbouwbedrijf en onttrekking van de grond aan het ondernemingsvermogen ontstond discussie over de waardering en de toepassing van de landbouwvrijstelling.
De Rechtbank en het Hof hadden geoordeeld dat de gehele boekwinst bestond uit vrijgestelde bestanddelen onder de landbouwvrijstelling, waarbij het pachtersvoordeel niet als belastbaar werd aangemerkt. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat het pachtersvoordeel bij realisatie, dat wil zeggen bij het verlaten van het ondernemingsvermogen, als belastbaar voordeel moet worden beschouwd, tenzij de grond in verpachte staat wordt overgedragen. De waardedruk wegens duurzame zelfbewoning is geen waardeverandering in de zin van de landbouwvrijstelling en kan het pachtersvoordeel niet neutraliseren. De Hoge Raad bevestigt dat slechts werkelijk behaalde winst of verlies in de winstberekening wordt betrokken, en dat het pachtersvoordeel niet buiten de heffing kan blijven. Het incidentele beroep van belanghebbende over de waardering van de grond wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het pachtersvoordeel bij onttrekking van landbouwgrond aan het ondernemingsvermogen is belastbaar en valt niet volledig onder de landbouwvrijstelling.