ECLI:NL:HR:1997:AA2100
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over winst uit onderneming echtgenote en proceskosten
Belanghebbende, samen met zijn broer firmant in een garagebedrijf, had voor 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen die na bezwaar gehandhaafd bleef. Het hof vernietigde deze aanslag en verlaagde het belastbaar inkomen. Belanghebbende stelde cassatie in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad beoordeelde dat de echtgenote van belanghebbende, die diverse ondersteunende werkzaamheden verrichtte en met belanghebbende een maatschap had gesloten, door haar deelname in deze ondermaatschap een onderneming dreef in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Dit oordeel van het hof werd vernietigd omdat het niet in lijn was met de feitelijke situatie en de overeenkomst.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom geen proceskostenveroordeling werd uitgesproken, terwijl belanghebbende deels in het gelijk was gesteld. De zaak werd terugverwezen naar het hof te Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en een deel van de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest, verwijst de zaak terug en veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.