ECLI:NL:HR:1997:AA2111
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kantoorruimte in woning voor belastingaanslag 1990
Belanghebbende, werkzaam als juridisch medewerker, gebruikte in 1990 een werkruimte in zijn woning voor zijn werkzaamheden, inclusief vergaderingen. De ruimte had een eigen ingang en was ingericht met bureaus, vergadertafel, kantoorapparatuur en archiefruimte, en werd ook door een secretaresse gebruikt.
De Inspecteur had een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Het Gerechtshof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en handhaafde de aanslag op een belastbaar inkomen van ƒ 81.177,--. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat de werkruimte kwalificeert als kantoorruimte in de zin van artikel 36, lid 1, letter b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het beroep faalde, ook omdat de stelling dat een werkruimte geheel onttrokken aan privégebruik niet als kantoorruimte kan gelden, niet werd ondersteund door de wetstekst of geschiedenis.
De Hoge Raad wees proceskosten af en verwierp het beroep in cassatie, waarmee de uitspraak van het Hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de werkruimte in de woning als kantoorruimte geldt voor de belastingaanslag 1990.