ECLI:NL:HR:1997:AA2113
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak inzake uitgifte aandeel en winst uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende was aandeelhouder in een vennootschap waarin een aandeel A-24 was uitgegeven aan een financieel deskundige, E. De Inspecteur belastte de winst uit de verkoop van aandelen aan management-B.V.'s als winst uit aanmerkelijk belang, stellende dat de uitgifte van aandeel A-24 schijn was en E slechts als stroman fungeerde.
Het hof oordeelde ten nadele van belanghebbende dat geen sprake was van een geldig besluit tot uitgifte van het aandeel, waardoor geen rekening kon worden gehouden met dit aandeel voor de belastingheffing. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat indien binnen de vennootschap geen geschil bestaat over het besluit tot uitgifte en geen vernietiging daarvan heeft plaatsgevonden, het bestaan van het aandeel moet worden aangenomen. Het hof heeft ten onrechte de bewijslast bij belanghebbende gelegd om het bestaan van het besluit aan te tonen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens worden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling.