ECLI:NL:HR:1999:AA2697
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over schijnaandeelhouderschap en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1988 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 969.175,--. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch werd het geschil door de Hoge Raad terugverwezen naar het Hof Arnhem. Dit Hof bevestigde de aanslag en oordeelde dat E slechts schijn-aandeelhouder was en feitelijk als stroman fungeerde, gebaseerd op onder meer de lage aankoop- en verkoopprijs van het aandeel en de verbondenheid van E's aandeelhouderschap aan zijn adviesfunctie.
De Hoge Raad stelde echter dat voor de beoordeling van belang is of E het aandeel hield voor een ander, waarbij het economische belang en de juridische zeggenschap berusten. Het Hof Arnhem was volgens de Hoge Raad uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door dit niet als uitgangspunt te nemen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof Arnhem en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatieberoep en werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.