ECLI:NL:HR:1997:AA2132
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en beoordeling van privégebruik auto door werknemer voor loonbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van ƒ 71.704,--. Na bezwaar bleef de aanslag gehandhaafd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de aanslag en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 69.201,--. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de waardering van het privégebruik van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto. Belanghebbende had in 1991 540 kilometer privé gereden en daarvoor een vergoeding betaald die hoger was dan de werkelijke kosten van het privégebruik. Het Hof oordeelde dat het negatieve saldo tussen de werkelijke kosten en de betaalde vergoeding als negatief loon moest worden aangemerkt.
De Hoge Raad overwoog dat wanneer de eigen bijdrage van de werknemer het bedrag overstijgt dat als waarde van het privégebruik in aanmerking moet worden genomen, er geen sprake is van negatief loon, tenzij de werknemer zich niet kan onttrekken aan het aanvaarden van de auto. Het Hof had zich hierover niet uitgelaten, waardoor het oordeel onvoldoende inzicht gaf in de motivering. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen aan partijen en handhaafde de beslissing omtrent het griffierecht. Het arrest werd op 26 maart 1997 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling over de waardering van het privégebruik van de auto.