ECLI:NL:HR:1997:AA2143
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling activering en afschrijving auteursrechten in inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende was werkzaam in loondienst en hield zich daarnaast bezig met het schrijven van studieboeken. De opbrengsten uit deze activiteit werden in 1990 voor het eerst als winst uit onderneming aangemerkt, waarbij auteursrechten vanuit privévermogen in de onderneming werden ingebracht met een waarde van 500.000 gulden.
Het geschil betrof de vraag of deze auteursrechten als bedrijfsmiddel konden worden geactiveerd en of daarop afschrijving mogelijk was. Belanghebbende stelde dat het niet activeren zou leiden tot dubbele belastingheffing bij staking van de onderneming.
De Inspecteur stelde zich op het standpunt dat activering en afschrijving niet mogelijk waren, verwijzend naar een eerder arrest. Het Hof oordeelde dat activering in beginsel verplicht is bij inbreng van privévermogen, maar dat de waarde niet hoger mag zijn dan de gemaakte kosten, welke in dit geval niet waren gesteld. Het Hof verwierp het beroep van belanghebbende.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. Tevens stelde de Hoge Raad dat bij staking van de onderneming geen dubbele heffing optreedt, omdat de opbrengsten van auteursrechten die reeds in de stakingswinst zijn betrokken niet opnieuw belast kunnen worden.
De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en sprak het arrest uit op 29 oktober 1997.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat auteursrechten niet boven de gemaakte kosten mogen worden geactiveerd en dat afschrijving daarop niet is toegestaan.