ECLI:NL:HR:1997:AA2182
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over staking zelfstandig onderdeel onderneming bij verkoop melkquotum
Belanghebbende was eigenaar van een landbouwbedrijf met melkveehouderij en varkenshouderij. Na een verplichting tot staking van melkproductie tot 1983 hervatte hij in 1990 en 1991 tijdelijk de melkproductie en verkocht in 1992 het melkquotum. De Inspecteur legde een aanslag op die het hof deels vernietigde, maar oordeelde dat geen sprake was van staking van een zelfstandig onderdeel van de onderneming.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de beëindiging van de melkproductie geen staking van een zelfstandig onderdeel van de onderneming inhield. De melkveehouderij was een zelfstandig onderdeel en de verkoop van het melkquotum vormde staking daarvan. Het feit dat essentiële bedrijfsmiddelen voor andere doeleinden werden gebruikt doet hieraan niet af.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en de uitspraak van de Inspecteur en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 40.549,--. Tevens veroordeelt hij de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 40.549,--.