ECLI:NL:HR:1997:AA2224
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-belastingplichtig karakter van luchtverkeersbeveiligingsdiensten als overheidstaken
De zaak betreft het beroep in cassatie van de Luchtverkeersbeveiligingsorganisatie te Schiphol tegen het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam dat zij geen ondernemer is voor de omzetbelasting. De Inspecteur had het verzoek tot teruggaaf van omzetbelasting afgewezen, omdat de organisatie haar diensten verricht als overheidstaken, niet als economische activiteiten.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de werkzaamheden van de organisatie, die voortvloeien uit het wettelijke regime van de Wet Luchtverkeer, moeten worden aangemerkt als overheidstaken in de zin van de Zesde Richtlijn. Dit oordeel is in lijn met eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De enkele omstandigheid van een wettelijk monopolie is niet doorslaggevend; het gaat om het karakter van de werkzaamheden.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de behandeling van de organisatie als niet-belastingplichtige niet leidt tot concurrentievervalsing, mede omdat zij geen activiteiten buiten haar toegewezen gebied ontplooit. Ook het standpunt dat de werkzaamheden luchthavendiensten zouden zijn, wordt verworpen omdat deze geen zelfstandig karakter hebben maar onderdeel zijn van de luchtverkeersdienstverlening.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest is op 15 juli 1997 vastgesteld en openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Luchtverkeersbeveiligingsorganisatie wordt verworpen; haar werkzaamheden zijn overheidstaken en zij is geen ondernemer voor de omzetbelasting.