ECLI:NL:HR:1997:AA2232
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak inzake voortzetting onderneming na verkoop taxibedrijf
Belanghebbende had voor het jaar 1993 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd gekregen gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 273.379,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Leeuwarden. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag, oordelend dat belanghebbende haar onderneming niet volledig had gestaakt omdat zij postbehandeling voor de PTT bleef verrichten.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het Hof dat sprake was van een onderneming na 1 maart 1993 geen onjuiste rechtsopvatting bevat en dat dit oordeel, zijnde een waardering van feitelijke aard, in cassatie niet kan worden getoetst.
Echter stelde de Hoge Raad vast dat het Hof bij het verminderen van de aanslag verzuimd had het belastbare inkomen vast te stellen, waardoor de uitspraak niet in stand kan blijven. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof, behoudens het griffierecht, en verwijst de zaak terug naar het Hof Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing in meervoudige kamer.
De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en bepaalt dat het door de Staatssecretaris betaalde bedrag voor vervanging van de mondelinge uitspraak wordt terugbetaald.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.