ECLI:NL:HR:1997:AA2235
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting na verkoop en terugkoop aandeel met terugkoopverplichting
Belanghebbende had in 1988 de economische eigendom van een aandeel in een dochtervennootschap gekocht met een terugkoopverplichting na drie jaar tegen een hogere prijs. Over 1991 werd een navorderingsaanslag opgelegd op basis van een belastbaar inkomen dat hoger was dan eerder vastgesteld. Het hof oordeelde dat sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 124.472,-- zonder verhoging.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het hof buiten de rechtsstrijd trad en dat er geen nieuw feit was omdat de belastingdienst al eerder van de overeenkomst op de hoogte was. De Hoge Raad verwierp deze stellingen en bevestigde dat alleen kennis van de bevoegde inspecteur of diens vertegenwoordiger relevant is voor het begrip nieuw feit.
Ook het oordeel van het hof dat het verschil tussen de terugkoopprijs en de aankoopprijs als belaste rente moet worden aangemerkt, werd bevestigd. Wel vernietigde de Hoge Raad het oordeel van het hof over de proceskostenvergoeding en veroordeelde de inspecteur en de staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofuitspraak over proceskosten en veroordeelt de inspecteur en staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.