ECLI:NL:HR:1997:AA2238
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslag wegens niet-naleving voortzettingsvereiste omzetting onderneming
Belanghebbende had zijn onderneming per 1 januari 1992 omgezet in een besloten vennootschap (BV) met toepassing van artikel 18, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat niet aan de standaardvoorwaarden was voldaan, met name vanwege het voornemen de onderneming kort na de omzetting te beëindigen en het bedrijfspand te verhuren.
Het Hof vernietigde de navorderingsaanslag, oordelend dat de eerste standaardvoorwaarde was vervuld en dat noch wet noch standaardvoorwaarden een voortzetting van de bedrijfsvoering gedurende drie jaren na omzetting vereisten. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 18 van Pro de Wet niet vereist dat de onderneming gedurende een bepaalde periode ongewijzigd wordt voortgezet, maar dat de geruisloze omzetting niet van toepassing is indien de omzetting onderdeel is van een reeks rechtshandelingen gericht op overdracht of liquidatie van de onderneming. Het Hof had geoordeeld dat dit niet het geval was, en dat oordeel was niet onjuist.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Tevens werd het geding verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling, mede vanwege de conclusie van de Procureur-Generaal dat nader onderzoek naar de feitelijke situatie noodzakelijk was.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en vernietigt het arrest van het Hof niet, maar verwijst het geding voor verdere feitenonderzoek naar een ander gerechtshof.