ECLI:NL:HR:1997:AA2250
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag dividendbelasting na herziening door hof
X B.V. kreeg over 1989 een naheffingsaanslag dividendbelasting opgelegd, die na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze uitspraak deels en verminderde de aanslag, waarbij het een winstuitdeling vaststelde van circa ƒ 1,37 miljoen.
De Hoge Raad beoordeelde in cassatie onder meer de feiten rond geldleningen tussen X B.V., haar aandeelhouder B N.V. en D (UK) Ltd. Het hof oordeelde dat verliezen op de lening niet ten laste van het fiscale resultaat konden worden gebracht omdat het risico bewust door de aandeelhouder was aanvaard. Ook stelde het hof het dividendbelastingtarief terecht vast op 25%.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen die stelden dat sprake was van een informele kapitaalstorting of dat het tarief van 7,5% had moeten gelden. Het hof had zijn feitenoordeel voldoende gemotiveerd en de rechtsvragen juist beantwoord.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wees het beroep af, waarmee de naheffingsaanslag in hoofdzaak werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag dividendbelasting over 1989 met een tarief van 25%.