ECLI:NL:PHR:2011:BN3442
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale aftrekbaarheid afwaarderingsverlies onzakelijke lening moeder aan dochter
De zaak betreft de fiscale behandeling van een lening verstrekt door een moedermaatschappij aan haar dochtermaatschappij, waarbij het hof oordeelde dat de lening onzakelijk was vanwege het ontbreken van zekerheid en het niet overeengekomen aflossingsschema. De moedermaatschappij nam een debiteurenrisico dat een onafhankelijke derde niet zou hebben aanvaard, waardoor het afwaarderingsverlies op de lening niet aftrekbaar is van de winst.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de civielrechtelijke vorm van de lening in principe bepalend is, maar dat uitzonderingen gelden indien sprake is van een schijnlening, deelnemerschapslening of bodemloze-putlening. In dit geval was de lening niet zakelijk, omdat de moeder het risico als aandeelhouder aanvaardde en de lening niet met voldoende zekerheden was gedekt.
De uitspraak bespreekt uitgebreid de juridische en fiscale nuances rond onzakelijke leningen, onderscheidt verschillende typen onzakelijke leningen en behandelt de vraag of rente op zulke leningen aftrekbaar is. De Hoge Raad volgt de lijn dat het debiteurenrisico buiten de winstsfeer valt en dat afwaarderingsverliezen op dergelijke leningen niet aftrekbaar zijn, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
De zaak verduidelijkt het onderscheid tussen zakelijke leningen met onzakelijke rente en onzakelijke leningen, en bevestigt dat bij onzakelijke leningen de afwaardering niet ten laste van de fiscale winst mag komen. Dit arrest geeft daarmee belangrijke richtlijnen voor de fiscale behandeling van leningen binnen concernverhoudingen.
Uitkomst: Afwaarderingsverlies op onzakelijke lening van moeder aan dochter is niet aftrekbaar van de fiscale winst.