ECLI:NL:HR:1997:AA3237

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 mei 1997
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
32025
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Stoffer
  • Zuurmond
  • Fleers
  • Pos
  • Beukenhorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 lid 3 Wet op de inkomstenbelasting 1964Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen aftrek van vakantiebegeleidingskosten voor visueel gehandicapte belastingplichtige

Belanghebbende, visueel gehandicapt samen met zijn echtgenote, maakte kosten voor begeleiding tijdens hun vakantie. Deze kosten werden niet erkend als aftrekbare buitengewone lasten door de Inspecteur en het Gerechtshof Amsterdam, waarop belanghebbende cassatie instelde bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat artikel 46 lid 3 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 een limitatieve opsomming geeft van aftrekbare uitgaven in verband met ziekte, invaliditeit en bevalling. De gemaakte kosten voor vakantiebegeleiding vallen niet onder de genoemde categorieën van hulpmiddelen of gezinshulp.

Daarom is aftrek van deze kosten als buitengewone last niet mogelijk. De Hoge Raad verwierp het beroep en wees af dat proceskosten worden toegewezen. Hiermee blijft de aanslag inkomstenbelasting voor 1993 ongewijzigd gehandhaafd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat vakantiebegeleidingskosten niet aftrekbaar zijn als buitengewone last.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 december 1995 betreffende de hem voor het jaar 1993 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksver- zekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 39.460,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten Het Hof heeft met juistheid geoordeeld dat de uitgaven welke belanghebbende in verband met de omstandigheid dat hij en zijn echtgenote beiden visueel gehandicapt zijn, heeft gedaan voor begeleiding tijdens hun vakantie, niet kunnen worden aangemerkt als uitgaven voor hulpmiddelen of als extra uitgaven voor gezinshulp in de zin van artikel 46, lid 3, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Aangezien artikel 46 in Pro lid 3 een uitputtende opsomming geeft van als buitengewone lasten aan te merken uitgaven terzake van ziekte, invaliditeit en bevalling, en de onderhavige kosten ook niet onder een van de overige daar genoemde rubrieken vallen, is ondanks het verband met de invaliditeit aftrek van deze kosten als buitengewone last niet mogelijk. De klachten falen derhalve.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 7 mei 1997 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond, Fleers, Pos en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Boorsma, en op die datum in het openbaar uitgesproken.