Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van13 september 2023 in de zaken tussen
de erven [naam 1] , wonende te [woonplaats] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer SGR 22/5265 ongegrond;
- verklaart de beroepen met zaaknummers SGR 22/5266 en SGR 22/5267 gegrond;
- vernietigt de in één geschrift vervatte uitspraak op bezwaar voor zover deze ziet op de aanslag IB/PVV 2015 en de aanslag IB/PVV 2016;
- draagt verweerder op de aanslagen IB/PVV 2015 en IB/PVV 2016 te verminderen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
€ 16.781 en voor 2016 op € 12.151. Volgens eiser wordt een hogere aftrek van specifieke zorgkosten gerechtvaardigd op grond van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) Daarnaast stelt eiser zich op het standpunt dat sprake is van schending van het motiveringbeginsel en de hoorplicht.
30 juni 2022, waardoor de beroepstermijn eindigde op 12 augustus 2022. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 23 augustus 2022. Uit de door eiser overgelegde gedingstukken blijkt dat eiser het beroepschrift op 8 augustus 2022 ter post heeft bezorgd en dat de termijnoverschrijding is te wijten aan drukte bij PostNL. Hieruit blijkt dat sprake is geweest van een in de sfeer van PostNL gelegen omstandigheid van zodanige abnormale aard dat deze niet aan eiser kan worden toegerekend. [1] Gelet hierop is het beroep van eiser ontvankelijk.
mr. J. van Kempen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
13 september 2023.