ECLI:NL:HR:1997:AA3328
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid studiekosten en reiskostenvergoeding in inkomstenbelasting 1992
Belanghebbende kreeg voor 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 64.466. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 63.464. De Hoge Raad behandelt in cassatie de vraag of de aftrek van studiekosten en reiskostenvergoeding terecht is toegepast, mede in het licht van mogelijke ongelijke behandeling volgens artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro.
Het Hof had geoordeeld dat studiekosten buitengewone lasten zijn en dat reiskosten aftrekbaar zijn tegen ƒ 0,28 per kilometer voor reizen langer dan 10 kilometer enkele reis. Belanghebbende betwistte niet dat studiekosten buitengewone lasten zijn, maar stelde dat de regeling ongelijke behandeling inhoudt tussen werknemers die een hogere onbelaste vergoeding kunnen krijgen en anderen die alleen de aftrek kunnen toepassen.
De Hoge Raad analyseerde de parlementaire geschiedenis en concludeerde dat de ongelijke behandeling objectief en redelijk gerechtvaardigd is vanwege doelmatigheid en praktische overwegingen. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het Hof ten onrechte geen rekening had gehouden met het arbeidskostenforfait, waardoor het belastbaar inkomen moet worden aangepast naar ƒ 62.075.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof, vermindert de aanslag en gelast vergoeding van het griffierecht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof, vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 62.075 en gelast vergoeding van het griffierecht.