ECLI:NL:HR:1997:AA3333
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrek buitengewone lasten voor elektrisch bedienbaar bed en stoel bij multiple sclerose
Belanghebbende, die lijdt aan multiple sclerose en zich verplaatst in een rolstoel, verhuisde in 1993 naar een zorgcentrum waar hij een zelfstandig appartement kreeg. In verband met zijn ziekte verving hij zijn mechanisch beweegbare bed door een elektrisch bedienbaar bed en schaftte hij een elektrisch bedienbare stoel aan voor een totaalbedrag van f 6.001,--.
Na vermindering van de aanslag door de Inspecteur, stelde belanghebbende beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag verder verminderde. De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de uitgaven voor het elektrisch bedienbare bed en de stoel als buitengewone lasten konden worden afgetrokken op grond van artikel 46, derde lid, onderdeel a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof had geoordeeld dat deze voorzieningen noodzakelijk waren om belanghebbende in staat te stellen elementaire lichaamsfuncties uit te voeren, zoals zelfstandig in en uit bed en stoel komen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd benadrukt dat dergelijke voorzieningen niet slechts aftrekbaar zijn indien zij een bijzondere hoedanigheid bezitten die uitsluitend gebruik door zieke of invalide personen rechtvaardigt. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen; de aftrek van de kosten voor het elektrisch bedienbare bed en stoel wordt bevestigd.