ECLI:NL:HR:1997:AA3343
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over afschrijving en waardering van renovaties als bedrijfsmiddelen in vennootschapsbelasting
X B.V. was in geschil met de Belastingdienst over de aanslag vennootschapsbelasting 1990, met name over de vraag of het niet-afgeschreven deel van renovaties aan een monumentaal hotelgebouw ineens ten laste van de winst mocht worden gebracht. De renovaties betroffen onder meer werkzaamheden in 1980-1982 en een grootscheepse renovatie in 1990-1992 waarbij het hotel deels gesloopt werd.
Het Hof Amsterdam had het beroep van X B.V. deels toegewezen door de aanslag te verminderen en geoordeeld dat de renovaties deels als zelfstandig bedrijfsmiddel moesten worden aangemerkt en deels als onzelfstandig bestanddeel van het gebouw. De afschrijving moest daarom deels afzonderlijk plaatsvinden. Verder stond het Hof een afwaardering toe op het zelfstandig deel van de renovaties als de bedrijfswaarde lager was dan de boekwaarde.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat de kwalificatie van renovaties als zelfstandig of onzelfstandig bedrijfsmiddel een feitelijke beoordeling betrof die niet onbegrijpelijk was. De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en bevestigde dat goed koopmansgebruik het toestaat om op onderdelen met een afwijkende levensduur afzonderlijk af te schrijven en onder omstandigheden af te waarderen op lagere bedrijfswaarde. Het beroep werd verworpen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. is verworpen en het arrest van het Hof Amsterdam bevestigd.