ECLI:NL:PHR:1997:AA3343
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over afschrijving en waardering van renovaties in fiscale eenheid hotelgebouw
De zaak betreft een fiscale geschil over de afschrijving en waardering van renovaties aan een monumentaal hotelgebouw dat deel uitmaakt van een fiscale eenheid. De belanghebbende, moedermaatschappij van de fiscale eenheid, voerde aan dat het nog niet afgeschreven gedeelte van eerdere renovaties ineens ten laste van de winst mocht worden gebracht.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de renovaties als zelfstandige bedrijfsmiddelen konden worden aangemerkt dan wel als onzelfstandig onderdeel van het gebouw. Het Hof stelde vast dat de helft van de renovaties betrekking had op constructieve elementen van het gebouw (onzelfstandig), terwijl de andere helft deels zelfstandig was vanwege de aard van de werkzaamheden zoals behang en vloerbedekking.
De Hoge Raad bevestigde dat het Hof de juiste maatstaf hanteerde en dat de kwalificatie van renovaties als deels zelfstandig en deels onzelfstandig bedrijfsmiddel niet onbegrijpelijk was. Ook werd bevestigd dat afwaardering op lagere bedrijfswaarde is toegestaan indien de bedrijfswaarde aantoonbaar lager is dan de boekwaarde. De stelling dat de afspraak met de inspecteur vertrouwen wekte dat renovaties als zelfstandig bedrijfsmiddel zouden worden behandeld, werd verworpen.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van goed koopmansgebruik bij afschrijving en waardering van bedrijfsmiddelen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen zelfstandige en onzelfstandige onderdelen, en bevestigt de mogelijkheid tot aparte afschrijving en afwaardering van onderdelen met afwijkende levensduur.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; de renovaties worden deels als onzelfstandig en deels als zelfstandig bedrijfsmiddel aangemerkt met toepassing van afwaardering op lagere bedrijfswaarde.