ECLI:NL:HR:1998:AA2288
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt winstberekening en prijsstelling bij projectontwikkeling via dochter-BV's
X B.V. was het niet eens met de aanslag vennootschapsbelasting over 1985, waarbij de winst werd berekend op basis van haar projectontwikkelingsactiviteiten via dochtervennootschappen (C B.V.'s). Deze dochter-BV's ontwikkelden afzonderlijke projecten, waarbij winstneming en prijsstelling complex waren vanwege de lange looptijd en onzekerheden in de projecten.
Het Hof had geoordeeld dat de winstberekening van X B.V. moest aansluiten bij de feitelijke gang van zaken, waarbij de winstneming gespreid kon plaatsvinden van het moment van overdracht van het project aan een C B.V. tot het jaar van oplevering. De zogenaamde tweeprocentsformule werd als zakelijke prijsstelling gehanteerd, waarbij X B.V. zich het leeuwendeel van de winst voorbehoudt.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de waarderingen van feitelijke aard niet in cassatie kunnen worden getoetst. Ook de vaststelling van de initiële prijs per project is niet onbegrijpelijk. Het beroep van X B.V. wordt verworpen, waarmee de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen; de aanslag vennootschapsbelasting 1985 blijft gehandhaafd.