ECLI:NL:HR:1998:AA2344
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt winst uit terugverkoop vordering binnen fiscale eenheid vennootschapsbelasting
In deze zaak stond centraal of de terugverkoop van een vordering door aandeelhouders aan X B.V., binnen een fiscale eenheid met A B.V., een belastbaar voordeel opleverde. De vordering bedroeg nominaal ƒ 602.825, maar werd eerst voor ƒ 20.023 aan aandeelhouders overgedragen en later tegen dezelfde prijs teruggekocht.
De Inspecteur had de aanslag vennootschapsbelasting voor 1988 opgelegd en verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 874.050. Het Hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de terugverkoop de fiscale eenheid een voordeel van ƒ 582.802 opleverde, omdat zij werd bevrijd van een verplichting van die omvang tegen een lagere betaling.
X B.V. stelde in cassatie dat deze terugverkoop geen winst opleverde, omdat de schuldverhouding fiscaal niet tot het vermogen van de fiscale eenheid behoorde, en dat er sprake was van een informele kapitaalstorting of prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de vermogensvooruitgang als belastbaar voordeel geldt. Ook het beroep dat de winst aan A B.V. toegerekend moest worden en mocht worden gecompenseerd met verliezen buiten de fiscale eenheid werd niet ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad concludeert dat de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting een fictieve samensmelting inhoudt waarbij de dochtermaatschappij fiscaal ophoudt te bestaan, maar haar civielrechtelijke zelfstandigheid behoudt. De overdracht van vorderingen binnen de fiscale eenheid leidt tot een vermogenssprong die belastbaar is, tenzij sprake is van prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten, hetgeen hier niet het geval was.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak van het Hof Arnhem van 7 juni 1995.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de terugverkoop van de vordering binnen de fiscale eenheid een belastbaar voordeel oplevert.