ECLI:NL:HR:1998:AA2351
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrek lijfrentepremies bij overdracht onderneming en privévermogen
Belanghebbende bracht in 1993 zijn onderneming in een B.V. onder, waarbij een bedrijfspand niet werd overgedragen en tot privévermogen ging behoren. Hij berekende een stakingswinst en bracht lijfrentepremies ten bedrage van f 246.579,-- in aftrek op zijn inkomen. De inspecteur weigerde een deel van deze aftrek, omdat hij meende dat alleen premies voor lijfrenten die als tegenprestatie voor overdracht van ondernemingsvermogen aan de B.V. waren bedongen, aftrekbaar waren.
Het hof bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de winst op het bedrijfspand dat niet was overgedragen, niet onder de regeling viel. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en stelde dat de tekst en wetsgeschiedenis niet uitsluiten dat ook winst behaald bij overgang van vermogensbestanddelen naar privévermogen in verband met overdracht van de onderneming onder de regeling valt.
De Hoge Raad stelde vast dat de regeling beoogt de stamrechtvrijstelling voort te zetten en dat de lijfrentepremies in dit geval aftrekbaar zijn. De aanslag werd verminderd en de Staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Hiermee werd het belastbare inkomen van belanghebbende aangepast tot f 22.785,--.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 22.785,-- met vergoeding van proceskosten.