ECLI:NL:GHSHE:2006:AV1519
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J.W. van der Voort
- K.L.H. van Mens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vernietiging overeenkomst inbreng onroerende zaak in BV wegens dwaling
Belanghebbende, een huisarts, bracht in 1995 zijn praktijk en onroerende zaak in een besloten vennootschap in, mede op advies van een fiscalist en accountant. Er bestond onzekerheid over de fiscale behandeling van de stakingswinst en de toepassing van de stamrechtvrijstelling, die pas in 1998 door de Hoge Raad werd opgehelderd. In 2000 leverde de BV de onroerende zaak terug aan belanghebbende met een beroep op dwaling, waarna belanghebbende teruggaaf van overdrachtsbelasting vroeg.
De Inspecteur stelde dat er geen reële grond voor vernietiging was en dat het beroep op dwaling slechts werd voorgewend om fiscale voordelen te behalen. Het hof oordeelde dat de onzekerheid over de fiscale positie bekend was en door beide partijen werd aanvaard bij de inbreng. De latere teruglevering was gebaseerd op een nieuwe overeenkomst en niet op een geldige vernietiging van de oorspronkelijke inbrengovereenkomst.
Het hof stelde vast dat belanghebbende zich niet tijdig op de juiste vrijstelling had beroepen en dat een beroep op artikel 15, lid 1, onderdeel r, van de Wet BRV noodzakelijk was voor teruggaaf. Ondanks een verzoek om toepassing van de hardheidsclausule werd dit afgewezen. Het hof concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat geen schadevergoeding of proceskosten worden toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de teruggaaf van overdrachtsbelasting wordt afgewezen.