ECLI:NL:HR:1998:AA2453
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over fiscale kwalificatie van winstdelende obligaties bij omwisseling in cumulatief preferente aandelen
De zaak betreft een beroep in cassatie van N.V. X tegen een uitspraak van het Hof Amsterdam inzake de fiscale behandeling van een omwisseling van winstdelende obligaties in cumulatief preferente aandelen in het boekjaar 1987/1988. De vraag was of een bedrag van circa ƒ 20 miljoen als kosten van geldlening ten laste van de fiscale winst mocht worden gebracht.
Het Hof had geoordeeld dat de winstdelende obligaties fiscaal gelijkgesteld moesten worden aan kapitaal omdat de obligatiehouders in vergelijkbare mate deelnamen aan de onderneming als de houders van cumulatief preferente aandelen. De Hoge Raad stelt dat de civielrechtelijke vorm van de geldlening beslissend is, tenzij bijzondere voorwaarden aanwezig zijn die een deelnemerschap rechtvaardigen.
De Hoge Raad oordeelt dat de vaste looptijd van de obligaties (50 jaar) betekent dat niet aan alle voorwaarden voor deelnemerschap is voldaan, waardoor de obligaties niet als kapitaal kunnen worden aangemerkt. Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Tevens worden proceskosten toegewezen aan N.V. X.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug vanwege onjuiste fiscale kwalificatie van de obligaties.