ECLI:NL:HR:1998:AA2470
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over hoorplicht en bezwaarprocedure in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van f 485.713,--. Tegen deze aanslag werd bezwaar gemaakt, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
In cassatie stelde belanghebbende dat de Inspecteur ten onrechte hem en zijn gemachtigde niet had gehoord in de bezwaarfase, wat een schending van de hoorplicht volgens artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht opleverde. De Hoge Raad oordeelde dat hoewel de hoorplicht was geschonden, dit niet tot cassatie kon leiden omdat niet was gebleken dat belanghebbende daardoor was benadeeld.
Verder stelde de Hoge Raad dat het Hof terecht oordeelde dat een gerechtshof niet bevoegd is om een zaak terug te verwijzen naar de Inspecteur om alsnog te horen. Het cassatieberoep werd daarom verworpen. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het Hof bevestigd.