ECLI:NL:HR:1998:AA2594
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Geen fiscale eenheid omzetbelasting wegens onvoldoende economische verwevenheid tussen vennootschappen
X B.V., een Nederlandse tussenhoudster- en financieringsvennootschap binnen het X-concern, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over het derde kwartaal van 1995. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat X B.V. en B N.V., een productiemaatschappij binnen hetzelfde concern, niet als fiscale eenheid konden worden beschouwd. Het Gerechtshof Leeuwarden vernietigde deze afwijzing deels en kende een gedeeltelijke teruggaaf toe.
De Hoge Raad oordeelde dat voor het vormen van een fiscale eenheid op grond van artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968, economische verwevenheid vereist is. Dit betekent dat de vennootschappen in hoofdzaak hetzelfde economisch doel moeten dienen of dat de activiteiten van de ene hoofdzakelijk ten behoeve van de andere worden verricht. Het hof stelde vast dat de activiteiten van X B.V. en B N.V. onvoldoende economisch verweven zijn, omdat X B.V. slechts 4% van haar activiteiten aan B N.V. besteedt en de overige activiteiten gericht zijn op andere vennootschappen.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen van X B.V., bevestigde dat de organisatorische en financiële verwevenheid onvoldoende is zonder economische verwevenheid, en dat indirecte economische verwevenheid via buitenlandse vennootschappen niet toereikend is. Ook werd bevestigd dat de Zesde Richtlijn en de Wet op de omzetbelasting elkaar niet in de weg staan. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde X B.V. niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van X B.V. wordt verworpen omdat onvoldoende economische verwevenheid bestaat voor fiscale eenheid omzetbelasting.