ECLI:NL:HR:1998:AA2603
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invorderingsrente ondanks langdurige beslissing op verzoek tot nihilstelling aanslag
X B.V. kreeg over het jaar 1991 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een betalingstermijn. Zij verzocht om vermindering van deze aanslag tot nihil en om uitstel van betaling, dat werd verleend totdat op het bezwaar zou worden beslist. Na diverse voorlopige en definitieve aanslagen en een betalingsregeling werd invorderingsrente van f 670,-- aan X B.V. opgelegd.
X B.V. stelde dat de lange termijn tussen het verzoek tot nihilstelling en de beslissing daarop in strijd was met de beginselen van behoorlijk bestuur, waardoor invorderingsrente niet verschuldigd zou zijn. Het Hof oordeelde dat ondanks de lange termijn X B.V. redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de definitieve aanslag een afwijzing inhield en dat zij geen contact had gezocht met de belastingdienst over het uitblijven van een beslissing. Ook werd meegewogen dat X B.V. niet de gevraagde informatie verstrekte.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. De oordelen van het Hof waren niet onjuist, onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad zag geen reden voor proceskostenveroordeling en wees het beroep af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de invorderingsrente ondanks de lange termijn van besluitvorming.