ECLI:NL:HR:1998:AA8979

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 april 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33428
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Stoffer
  • Pos
  • Beukenhorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26b Wet op de loonbelasting 1964Art. 28 Wet op de loonbelasting 1964Art. 29 Wet op de loonbelasting 1964Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen uitspraak over loonbelastinginhouding en premies volksverzekeringen

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de inhouding van loonbelasting en premies volksverzekeringen over de maanden juli en augustus 1996, ter hoogte van f 2.519,51. De Inspecteur wees het bezwaar af, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het Hof bevestigde het besluit van de Inspecteur.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en diende een middel van cassatie in. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. De uitspraak werd op 29 april 1998 in het openbaar uitgesproken door de vice-president Stoffer als voorzitter en de raadsheren Pos en Beukenhorst.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de inhouding van loonbelasting en premies volksverzekeringen.

Uitspraak

Nr. 33428
29 april 1998
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 mei 1997 betreffende de in de maanden juli en augustus 1996 van hem ingehouden loonbelasting/premies volksverzekeringen.
1. Inhouding, bezwaar en geding voor het Hof
Op in de maanden juli en augustus 1996 aan belanghebbende gedane betalingen zijn loonbelasting en premies volksverzekeringen ingehouden tot een bedrag van
f 2.519,51. Bij uitspraak van de Inspecteur is het tegen die inhouding gemaakte bezwaar afgewezen.
Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel van cassatie voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (HR 28 januari 1998, nr. 32732, V-N 1998/8.11, blz. 732).
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten, als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 29 april 1998 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Pos en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Barendse,en op die datum in het openbaar uitgesproken.