ECLI:NL:HR:1999:AA2621
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak over aan- en verkoop onroerende zaak met oogmerk winst
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Het Hof Arnhem oordeelde dat belanghebbende de onroerende zaak met toebehoren had gekocht met het oogmerk deze op korte termijn met winst te verkopen, mede omdat hij een informatievoorsprong had ten opzichte van derden. Het Hof stelde dat belanghebbende arbeid had verricht in de zin van artikel 22 lid 1 sub b Wet Pro IB 1964, omdat ook het gastenverblijf werd verkocht en een stuk grond werd behouden.
De Hoge Raad vond echter dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het vermoeden van aan- en verkooparbeid gerechtvaardigd was, vooral omdat het achteraf behaalde voordeel niet zonder meer tot die conclusie leidt. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en moest het griffierecht en kosten van belanghebbende vergoeden. De zaak werd in het openbaar uitgesproken op 10 november 1999.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak naar het Hof ’s-Hertogenbosch voor nadere behandeling.