ECLI:NL:HR:1999:AA2644
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert naheffingsaanslag omzetbelasting wegens correcte afschrijvingstermijn personeelsvoorziening
Belanghebbende, een naamloze vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1990-1993, inclusief een verhoging. De Inspecteur stelde dat het gratis ter beschikking stellen van een parkeergarage aan werknemers een privégebruik betrof, waardoor aftrek van voorbelasting gedeeltelijk moest worden uitgesloten. Het hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag, maar wees het beroep in cassatie toe vanwege onjuiste toepassing van de afschrijvingstermijn.
De Hoge Raad bevestigde dat het gratis gebruik van de parkeergarage door personeel onder het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 valt, tenzij bijzondere omstandigheden het gebruik voor bedrijfsdoeleinden rechtvaardigen. Het hof had geoordeeld dat dergelijke bijzondere omstandigheden ontbraken, wat in cassatie niet werd betwist. Wel oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte de afschrijvingstermijn van 25 jaar voor de parkeergarage niet als passend binnen het stelsel van de Wet had erkend.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en de uitspraak van de Inspecteur, en stelde de naheffingsaanslag vast op een aanzienlijk lager bedrag, gebaseerd op de correcte afschrijvingstermijn. Tevens werden proceskosten en griffierechten toegewezen aan belanghebbende. Dit arrest bevestigt de juiste toepassing van de fiscale regels omtrent personeelsvoorzieningen en de berekening van de kostprijs voor omzetbelastingdoeleinden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot ƒ 95.580 aan enkelvoudige belasting en ƒ 24.945 aan verhoging wegens een passende afschrijvingstermijn van 25 jaar.