ECLI:NL:HR:1999:AA2653
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over niet-aftrekbare onderhoudskosten bij monumentrestauratie
Belanghebbende kocht in 1989 een monumentale stolpboerderij en restaureerde deze tussen 1989 en 1993 met aanzienlijke kosten. De Inspecteur kwalificeerde deze kosten niet als aftrekbare onderhoudskosten, wat door het Hof werd bevestigd. Het Hof oordeelde dat de werkzaamheden niet dienden om het monument in de oorspronkelijke staat bruikbaar te houden, maar een radicale vernieuwing vormden.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof buiten de rechtsstrijd trad en de bewijslast onjuist verdeelde, maar deze middelen werden verworpen. Het Hof had de bewijslast terecht bij belanghebbende gelegd en de beoordeling van onderhoud versus vernieuwing correct uitgevoerd, waarbij ook tekeningen en calculaties in aanmerking waren genomen.
De Hoge Raad bevestigde dat de omvang, duur en kosten van de werkzaamheden wijzen op een nieuwe bron van inkomen en wezenlijk nieuw object. De motivering van het Hof was toereikend en begrijpelijk. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de restauratiekosten niet als aftrekbare onderhoudskosten kunnen worden aangemerkt.