Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:1999:AA2686

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 maart 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34493
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Pos
  • Beukenhorst
  • Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenGemeentewet 234
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Heusden

Op 27 oktober 1996 werd aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd voor parkeerbelasting door de gemeente Heusden, bestaande uit belasting en kosten. Na bezwaar handhaafde het college van Burgemeester en Wethouders (B en W) de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de aanslag en het besluit van B en W vernietigde.

Het college van B en W stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en legde geen proceskostenveroordeling op. Het arrest werd op 3 maart 1999 door de raadsheren Pos, Beukenhorst en Monné in het openbaar uitgesproken. De gemeente werd een griffierecht van 90 gulden opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het college van B en W van de gemeente Heusden wordt verworpen.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heusden tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 mei 1998 betreffende na te melden aan X te Z opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Heusden.
1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is ter zake van het parkeren op 27 oktober 1996 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Heusden opgelegd ten bedrage van f 66,--, bestaande uit f 1,-- aan enkelvoudige belasting en f 65,-- aan kosten terzake van het opleggen van die aanslag. De aanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heusden (hierna: B en W) gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van B en W in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak en de naheffingsaanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie B en W hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie in gesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten, als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 3 maart 1999 vastgesteld door de raadsheer Pos als voorzitter, en de raadsheren Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Boorsma, en op die datum in het openbaar uitgesproken. Van de gemeente wordt terzake van het beroep in cassatie een griffierecht geheven van f 90,--.