ECLI:NL:HR:1999:AA2696
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting door juiste waardering coöperatiecertificaten
Belanghebbende, lid van een akkerbouwcoöperatie, kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 88.717. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 84.991. De discussie betrof de waardering van certificaten die belanghebbende verkreeg van de coöperatie, waarbij de Inspecteur de nominale waarde hanteerde en het hof de contante waarde als uitgangspunt nam.
In cassatie stelde belanghebbende dat goed koopmansgebruik toestaat dat de certificaten op nihil worden gewaardeerd. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof niet in stand kan blijven en volgde het primaire standpunt van belanghebbende, waardoor het belastbare inkomen werd verminderd tot ƒ 84.422.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en de uitspraak van de Inspecteur, en legde de Staatssecretaris van Financiën de proceskosten en griffierecht op. Het arrest werd vastgesteld op 17 maart 1999 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslag inkomstenbelasting tot een belastbaar inkomen van ƒ 84.422 door waardering van coöperatiecertificaten op nihil.