ECLI:NL:HR:1999:AA2772
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt volledige belastingheffing vakantiegeld ondanks bezwaar over ongelijke behandeling
Belanghebbende, een rijksambtenaar, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 1994, waarin zijn vakantietoeslag en vakantieloon volledig werden belast. Hij stelde dat slechts 75% van deze bedragen belast mocht worden, of dat ze anders behandeld moesten worden dan andere aanspraken zoals vakantiebonnen.
Het Gerechtshof bevestigde de aanslag en oordeelde dat de vakantietoeslag en vakantieloon als loon in geld moeten worden belast en niet als aanspraken in de zin van de Uitvoeringsregeling loonbelasting. Het hof vond dat het verschil in behandeling tussen vakantiegeld en vakantiebonnen gerechtvaardigd was vanwege feitelijke en juridische verschillen.
De Hoge Raad overwoog dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de ongelijke behandeling objectief en redelijk gerechtvaardigd was, mede vanwege sociaal-economische motieven van de wetgever. Ook werd geoordeeld dat er geen sprake was van discriminatie op grond van geslacht. Het cassatieberoep werd verworpen en de aanslag bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 1994 blijft gehandhaafd.