ECLI:NL:HR:1999:AA2788
Hoge Raad
- Cassatie
- Zuurmond
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op onbelaste kostenvergoeding voor vrijwilligersvergoeding
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1995, waarin een belastbaar inkomen van f 23.647 werd vastgesteld. Zij had inkomsten uit tegenwoordige arbeid en uit vroegere arbeid, en ontving daarnaast een vrijwilligersvergoeding van f 1.875, waarvan zij f 1.000 als onbelaste kostenvergoeding wilde aanmerken.
Het Hof verwierp dit standpunt en bevestigde de aanslag. De Hoge Raad oordeelde dat de Resolutie van de Staatssecretaris van Financiën van 10 maart 1993, waarin een praktische regeling is getroffen voor geringe vrijwilligersvergoedingen, niet willekeurig of onredelijk is. Buiten de daarin gestelde maxima kan niet zonder nader onderzoek een deel van de vergoeding als onkostenvergoeding worden aangemerkt.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat de inspecteur vrij is om in beroep aanvullende elementen aan te voeren die leiden tot een hogere aanslag, ook als het oorspronkelijke bezwaar op een ander punt was gericht. De aanslag was achteraf bezien te laag vastgesteld, maar vernietiging of vermindering was niet aan de orde.
De Hoge Raad wees het beroep af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 30 juni 1999 uitgesproken door de raadsheren Zuurmond, Monné en Kop.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1995 wordt bevestigd.