ECLI:NL:HR:1999:AA3363
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Jansen
- raadsheren Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Californië-recht op kinderalimentatieverplichting en draagkrachttoets
De zaak betreft een geschil over kinderalimentatie waarbij de man, woonachtig in Nederland, als biologische vader wordt aangesproken door de moeder die in de Verenigde Staten woont. De onderhoudsverplichting wordt beheerst door het recht van Californië, met name de California Family Code.
De Rechtbank stelde aanvankelijk een alimentatiebedrag van ƒ 250,-- per maand vast, terwijl de vrouw een hoger bedrag vorderde. Het Hof vernietigde dit vonnis en bepaalde hogere bedragen voor de periode van 1991 tot 1995, waarbij het Hof oordeelde dat de vrouw voldoende inzicht had gegeven in haar financiële situatie en dat zij niet over een hoger netto inkomen beschikte dan de man.
De man stelde in cassatie diverse klachten in, waaronder dat het Hof onjuist had geoordeeld over de toepassing van de Californische formule en dat het beroep op het Haags Alimentatieverdrag 1973 ten onrechte was verworpen. De Hoge Raad verwierp deze klachten, bevestigde dat het toepasselijke recht in volle omvang moet worden toegepast en dat het Hof terecht de draagkracht en behoefte heeft afgewogen volgens de Californische regels.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen; het Hof-arrest dat de man tot betaling van kinderalimentatie volgens Californië-recht veroordeelt, blijft in stand.