Conclusie
Rainbow/Ontvanger) [1] , rov. 3.6.
De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd en wel van 18 december 2018 tot 31 december 2019 voor een werkweek van standaard 40 werkuren”. De arbeidsovereenkomst waarop Logidist zich beroept (hierna: arbeidsovereenkomst 2) bevat een gelijkluidende zin, maar daarin wordt als einddatum genoemd
18 juni 2019. De eerste bladzijde van arbeidsovereenkomst 2 bevat een paraaf, die van arbeidsovereenkomst 1 niet. Tussen partijen staat vast dat [verzoeker] vanaf 3 juni 2019 niet meer heeft gewerkt voor Logidist en dat hij van Logidist een eindafrekening van het dienstverband per 18 juni 2019 heeft ontvangen.
1. Het verdere verloop de procedure
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 13 januari 2021,
- de akte van depot van 2 februari 2021 van Logidist met de originele arbeidsovereenkomst,
- de akte na enquête van [verzoeker] ,
- de antwoordakte na enquête van Logidist.
2. De verdere beoordeling van het hoger beroep
20, dat moet 12 april 20
21zijn (zoals wel juist in de vervolgbladen en onder de beschikking is vermeld) gelet op het geschetste procesverloop in paragraaf 1 van de eindbeschikking). Logidist voert verweer [6] .
2.Bespreking van het cassatiemiddel
een‘originele arbeidsovereenkomst’ (tijdig) bij het hof heeft gedeponeerd, zoals we hebben geconstateerd in 2.4 [19] . Anders dan Logidist kennelijk betoogt (2.7 verweerschrift), doet het er niet toe of dat de arbeidsovereenkomst met de duur van (ongeveer) een jaar is of niet. Het gaat erom dat het hof (ook) het door [verzoeker] gedeponeerde stuk had moeten betrekken in zijn beoordeling.