ECLI:NL:HR:1999:AA3797
Hoge Raad
- Cassatie
- president Martens
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoningsrecht vertrouwensarts bij melding kindermishandeling
De zaak betreft een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor door de dochter en zoon tegen meerdere instellingen en personen, waaronder een vertrouwensarts werkzaam bij een bureau vertrouwensartsen (BVA). Zij vorderen inzage in informatie over vermeende onrechtmatige daden jegens hen, waarbij de vertrouwensarts zich beroept op zijn verschoningsrecht.
De rechtbank beveelt het getuigenverhoor, waarbij de vertrouwensarts zich op zijn verschoningsrecht beroept. Het hof vernietigt deze beslissing en ontzegt de vertrouwensarts het recht zich te verschonen, behalve waar het de anonimiteit van niet-professionele melders betreft.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het beroep van vertrouwensarts BVA niet valt onder de medische beroepen in de Wet BIG en dat het medisch beroepsgeheim en het daarop gebaseerde verschoningsrecht niet van toepassing zijn. Wel erkent de Hoge Raad een functioneel verschoningsrecht ter bescherming van de anonimiteit van niet-professionele melders.
De Hoge Raad wijst het beroep van de vertrouwensarts af en benadrukt dat het belang van waarheidsvinding in rechte zwaarder weegt dan een breed beroepsgeheim in deze context.
Uitkomst: De vertrouwensarts mag zich alleen verschonen ter bescherming van de anonimiteit van niet-professionele melders en is verder verplicht te antwoorden.