ECLI:NL:HR:1999:AA3814

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 december 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33963
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Zuurmond
  • Beukenhorst
  • Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 7 Wet administratieve rechtspraak belastingzakenAlgemene wet inzake rijksbelastingen art. 26Algemene wet inzake rijksbelastingen art. 65
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag Meststoffenwet en kostenveroordeling minister

Belanghebbende kreeg over 1995 een naheffingsaanslag opgelegd op grond van de Meststoffenwet, inclusief een verhoging van 100%. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag ambtshalve verminderd tot nihil. Het Hof vernietigde de aanslag en het besluit tot handhaving.

De minister stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag terecht was ingesteld, ook al was de aanslag ambtshalve verminderd. Het cassatieberoep faalde volledig.

Verder bevestigde de Hoge Raad dat het Hof terecht de minister heeft veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. De minister werd ook veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd op 8 december 1999 uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de minister wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Nr. 33.963
8 december 1999
gewezen op het beroep in cassatie van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 21 november 1997 betreffende de aan
X te Z
over het jaar 1995 opgelegde naheffingsaanslag in de overschotheffing op grond van de Meststoffenwet.
1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is over het jaar 1995 een naheffingsaanslag in de overschotheffing op grond van de Meststoffenwet opgelegd ten bedrage van f 1.510,75, met een verhoging van de nageheven overschotheffing van 100 percent, van welke verhoging bij besluit van de Inspecteur van het Bureau Heffingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: de Inspecteur) geen kwijtschelding is verleend. Deze aanslag en dat besluit zijn na daartegen gemaakt bezwaar bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.
Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.
Naar aanleiding van de in de loop van het geding voor het Hof door belanghebbende verstrekte gegevens heeft de Inspecteur de naheffingsaanslag ambtshalve verminderd tot nihil.
Het Hof heeft ten slotte de uitspraak van de Inspecteur en de naheffingsaanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: de Minister) heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
De omstandigheid dat de Inspecteur, nadat belanghebbende bij het Hof beroep had ingesteld tegen de uitspraak op het bezwaar waarbij de naheffingsaanslag was gehandhaafd, deze aanslag ambtshalve heeft verminderd tot nihil, brengt niet mede dat het Hof belanghebbende niet-ontvankelijk had moeten verklaren in dat beroep. Het beroep was immers terecht ingesteld. Het eerste onderdeel van het middel, dat van een andere opvatting uitgaat, faalt derhalve.
Het middel faalt ook voor het overige. Nu belanghebbendes beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur heeft geleid tot vernietiging daarvan door het Hof, doet zich een geval voor als bedoeld in artikel 5, lid 7, eerste volzin, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het Hof heeft mitsdien terecht de Inspecteur gelast belanghebbende het griffierecht van f 75,-- te vergoeden.
4. Proceskosten
De Minister zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep, en
- veroordeelt de Minister in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op f 355,-- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is op 8 december 1999 vastgesteld door de raadsheer Zuurmond als voorzitter, en de raadsheren Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken.
Van de Minister wordt ter zake van het door hem ingestelde beroep in cassatie een recht geheven van f 340,--.