ECLI:NL:HR:1999:AA3844

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R98/174HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Roelvink
  • Herrmann
  • Fleers
  • Heemskerk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gezagsregeling na echtscheiding met toekenning aan moeder

De vrouw verzocht bij de rechtbank echtscheiding en toekenning van het ouderlijk gezag over de drie minderjarige kinderen aan haar. De man stemde in met de echtscheiding maar vorderde het gezag exclusief voor zichzelf. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en wees het gezag toe aan de vrouw na advies van de Raad voor de Kinderbescherming.

De man ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem tegen de gezagsbeslissing en verzocht om het gezag aan hem toe te kennen of een nieuw onderzoek te gelasten. Het hof bekrachtigde het besluit van de rechtbank en wees het verzoek van de man af.

De man stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van de man onvoldoende waren en verwierp het cassatieberoep, waarmee de gezagsregeling definitief werd bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het ouderlijk gezag wordt aan de moeder toegekend.

Uitspraak

10 december 1999
Eerste Kamer
Rek.nr. R98/174HR
CS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr K.T.B. Salomons,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 13 juni 1997 ter griffie van de Rechtbank te Zwolle ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - echtscheiding uit te spreken. Voor zover in cassatie van belang heeft de vrouw als nevenvoorziening verzocht te bepalen dat het ouderlijk gezag over de drie minderjarige kinderen van partijen voortaan aan haar toekomt.
De man heeft het echtscheidingsverzoek niet bestreden, doch - voor zover in cassatie van belang - zelfstandig verzocht te bepalen dat het ouderlijk gezag over de drie minderjarige kinderen van partijen uitsluitend aan hem toekomt.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 12 november 1997 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de Raad voor de Kinderbescherming om rapport en advies verzocht omtrent de gezagsvoorziening. Nadat de Raad voor de Kinderbescherming rapport had uitgebracht, heeft de Rechtbank bij beschikking van 24 april 1998 bepaald dat het gezag over de drie minderjarige kinderen voortaan alleen aan de vrouw toekomt.
Tegen de beschikking van 24 april 1998, voor zover betreffende het ouderlijk gezag, heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem. Daarbij heeft hij verzocht te bepalen dat het gezag over de minderjarige kinderen voortaan alleen aan hem toekomt, althans een nieuw onderzoek te gelasten.
Bij beschikking van 27 oktober 1998 heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank te Zwolle van 24 april 1998 bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Moltmaker.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president Roelvink als voorzitter en de raadsheren Herrmann en Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 10 december 1999.