ECLI:NL:HR:1999:AA3848
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag omzetbelasting en aftrek parkeerplaatsen voor personeel
Belanghebbende, een ondernemer, heeft een nieuwe kantooraccommodatie met 107 parkeerplaatsen in gebruik genomen, waarvan een deel bestemd is voor niet-ambulante personeelsleden met eigen of ter beschikking gestelde auto's. De omzetbelasting over de bouwkosten van deze parkeerplaatsen werd volledig in aftrek gebracht. Na een boekenonderzoek legde de Inspecteur een naheffingsaanslag op omdat een deel van de aftrek op grond van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA) niet gerechtvaardigd was.
Het Gerechtshof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en matigde de naheffingsaanslag, waarbij het oordeelde dat de forfaitaire correctie van artikel 15 van Pro de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting ook de parkeerkosten voor ter beschikking gestelde auto's omvat. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de omzetbelasting die drukt op het houden van een personenauto mede de parkeerkosten omvat en dat de analoge toepassing van de forfaitaire bijtelling door belanghebbende met instemming van de Inspecteur juist was. Het cassatiemiddel faalde, en het beroep werd verworpen. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.