ECLI:NL:HR:1999:AA3863
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Korthals Altes
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navorderingsaanslag inkomstenbelasting na verkoop kapitaalverzekering
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ66.031. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ197.566, welke na bezwaar gehandhaafd bleef. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de navorderingsaanslag bevestigde.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de verkoop van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule aan een derde partij anders moest worden beoordeeld. Het Hof oordeelde echter dat de verkoop feitelijk neerkwam op een eigen afkoop door belanghebbende zelf, met behulp van tussenpersonen waaronder de vermeende koper.
De Hoge Raad volgde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. De klachten tegen het oordeel faalden op de gronden die de Advocaat-Generaal in zijn conclusie had aangegeven. Daarnaast wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af wegens het ontbreken van daartoe gronden in de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Het arrest werd op 15 december 1999 in het openbaar uitgesproken door de derde kamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president Stoffer en met raadsheren Korthals Altes, Zuurmond, Pos en Beukenhorst.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1991.