ECLI:NL:HR:1999:AA4750
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen naheffingsaanslag overdrachtsbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd ter zake van de verkrijging van de economische eigendom van een onroerende zaak. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het ingediende middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, mede gelet op artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er waren geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees tevens proceskostenveroordeling af, omdat daartoe geen gronden aanwezig waren volgens artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het Hof Arnhem bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft gehandhaafd.