ECLI:NL:PHR:2001:ZD2099
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens overschrijding redelijke termijn bij bedreiging
Verdachte werd veroordeeld door het hof Amsterdam tot een gevangenisstraf van één maand wegens bedreiging met een mes. Verdachte voerde in cassatie aan dat de bewezenverklaring onvoldoende was en dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewijsmiddelen voldoende waren om vast te stellen dat verdachte de bedreiging had gepleegd. Echter, de verstekmededeling was pas bijna drie jaar na het verstekvonnis aan verdachte betekend, terwijl verdachte gedurende die periode een bekend GBA-adres had. Het Openbaar Ministerie had onvoldoende voortvarendheid betracht bij de betekening, wat leidde tot overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betrof en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting met inachtneming van een lagere straf. Het overige beroep werd verworpen. De raadsman stelde voor om de straf te vervangen door onbetaalde arbeid, maar dat is aan het hof om te beslissen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met een lagere straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.