ECLI:NL:HR:2000:AA4275
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- Herrmann
- Jansen
- Fleers
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwijst prejudiciële vraag over rechtstreekse betrekking in merkrecht aan Benelux-Gerechtshof
Interbuy, een Zwitserse vennootschap, vordert nietigverklaring en doorhaling van het Benelux-depot van het merk TIP door Intergro, wegens kwader trouw. Intergro had het merk TIP zonder toestemming van Interbuy gedeponeerd, terwijl zij op de hoogte was van het gebruik van het merk door Interbuy in Duitsland. De Rechtbank en het Hof wezen de vorderingen van Interbuy toe en oordeelden dat het depot te kwader trouw was verricht.
Intergro voerde onder meer non usus aan, maar het Hof verwierp dit omdat Intergro als onbehoorlijk handelend werd beschouwd door het depot te verzwegen toen zij toestemming kreeg het merk TIP te gebruiken. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat ASKO, de moedermaatschappij van Interbuy, tijdens onderhandelingen met Intergro ook optrad als vertegenwoordiger van Interbuy.
De Hoge Raad stelt echter dat de uitleg van het begrip 'rechtstreekse betrekking' in art. 4 lid 6 BMW Pro onduidelijk is in deze context en legt daarom een prejudiciële vraag voor aan het Benelux-Gerechtshof. Het geding wordt geschorst totdat het Benelux-Gerechtshof uitspraak doet over deze vraag.
Uitkomst: De Hoge Raad verwijst een prejudiciële vraag over de uitleg van 'rechtstreekse betrekking' in art. 4 lid 6 BMW aan het Benelux-Gerechtshof en schorst het geding.