ECLI:NL:PHR:2000:AA4275
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van rechtstreekse betrekking in artikel 4, lid 6 onder b Benelux Merkenwet inzake depot te kwader trouw
In deze zaak staat centraal de uitleg van artikel 4, lid 6 onder b van de Benelux Merkenwet (BMW) omtrent het begrip 'rechtstreekse betrekking' en de vraag of een depot van een merk te kwader trouw is verricht. Intergro had het merk TIP gedeponeerd terwijl Interbuy dit merk reeds te goeder trouw gebruikte in Duitsland. Intergro voerde verweer dat zij toestemming had gekregen en dat er geen rechtstreekse betrekking bestond omdat de onderhandelingen met de moedermaatschappij ASKO waren gevoerd.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het depot van Intergro te kwader trouw was verricht omdat zij wist van het gebruik door Interbuy en geen toestemming had. Het hof verwierp ook het verweer dat Interbuy geen belanghebbende was wegens non-usus van het merk, omdat Intergro zich onbehoorlijk had gedragen en daardoor geen beroep kon doen op verval van het merk.
De Hoge Raad bevestigt dat kennis van het merkgebruik door onderhandelingen met de moedermaatschappij kan worden aangemerkt als kennis uit een rechtstreekse betrekking, ook zonder contractuele relatie. Tevens wordt bevestigd dat misbruik van bevoegdheid kan leiden tot het ontbreken van belanghebbende status bij een beroep op non-usus. De zaak wordt doorverwezen voor prejudiciële vraag aan het Benelux-Gerechtshof over de uitleg van rechtstreekse betrekking.
Uitkomst: Het depot van Intergro wordt nietig verklaard wegens kwade trouw; Intergro kan geen beroep doen op non-usus wegens misbruik van recht.