ECLI:NL:HR:2000:AA4524
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt Nederlandse heffingsbevoegdheid over leasetermijnen ondanks Chinees bronbelastingrecht
Belanghebbende, een 100% dochtermaatschappij van B N.V., hield sinds november 1993 75% van de aandelen van A N.V., gevestigd in China. A N.V. kocht vliegtuigen die in operational lease werden gegeven aan een Chinese luchtvaartmaatschappij. De leasetermijnen genereerden een resultaat van f 500.752,--.
De Inspecteur weigerde de aftrek van financieringskosten van f 578.251,-- op grond van artikel 13 lid 1 Wet Pro op de vennootschapsbelasting 1969. Belanghebbende stelde dat het belastingverdrag met China niet uitsluit dat de leasetermijnen in Nederland worden belast.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en oordeelde dat de leasetermijnen volledig in de Nederlandse grondslag zijn begrepen, ondanks de toekenning aan China van het recht tot het heffen van een bronbelasting. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het verdrag en de verrekening van bronbelasting niet afdoen aan de kwalificatie als in Nederland belastbare winst.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris en veroordeelde hem in de proceskosten. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van artikel 13 lid 1 Wet Pro Vpb in combinatie met internationale belastingverdragen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.