ECLI:NL:HR:2000:AA4607
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieplicht en uitleg Wet verevening pensioenrechten bij scheiding
In deze zaak heeft de man verzocht zijn alimentatieplicht jegens de vrouw te beëindigen per 1 juli 1997, dan wel te verminderen. De vrouw verzocht om verhoging van de alimentatie en een verklaring voor recht dat zij recht heeft op een vierde deel van het ouderdomspensioen van de man op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVP).
De Rechtbank verlengde aanvankelijk de alimentatieplicht tot 1 oktober 2003 en stelde de alimentatiebedragen vast. Het Gerechtshof vernietigde deze beslissingen en beëindigde de alimentatieplicht per 1 juli 1997. Tevens wees het Hof het verzoek van de vrouw tot pensioenverevening af.
De vrouw stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat voor toepassing van de WVP bij scheidingen vóór 27 november 1981 het huwelijk ten minste 18 jaar moet hebben geduurd tot het tijdstip van scheiding van tafel en bed, niet tot de latere ontbinding van het huwelijk. Aangezien in deze zaak het huwelijk minder dan 18 jaar duurde tot de scheiding van tafel en bed, is de pensioenverevening niet van toepassing.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de beëindiging van de alimentatieplicht en de uitleg van de WVP door het Hof.
Uitkomst: De alimentatieplicht wordt per 1 juli 1997 beëindigd en de pensioenverevening wordt niet toegewezen wegens onvoldoende huwelijksduur.