ECLI:NL:HR:2000:AA4721
Hoge Raad
- Cassatie
- Herrmann
- Van der Putt-Lauwers
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt termijn voor hoger beroep bij verstekbeschikking in bestuursrechtelijke terugvordering
In deze zaak heeft de gemeente Naarden een verzoek ingediend bij de Kantonrechter om een bedrag van ƒ 121.036,45 terug te vorderen van verzoekster en haar partner wegens ten onrechte gemaakte kosten van bijstand over de periode van 1992 tot 1996. De Kantonrechter wees dit verzoek toe bij beschikking van 8 januari 1998. Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in, maar werd door de Rechtbank Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden na dagtekening van de beschikking was ingesteld.
Verzoekster voerde in cassatie aan dat zij niet als in eerste aanleg verschenen belanghebbende moest worden aangemerkt omdat zij niet bij de zitting was verschenen, en dat de termijn voor hoger beroep in geval van een verstekbeschikking pas begint te lopen na betekening van de beschikking. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat ook het indienen van een verweerschrift betekent dat iemand als verschenen belanghebbende wordt beschouwd, waardoor de termijn van twee maanden na dagtekening van de beschikking geldt.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat verzoekster niet-ontvankelijk was in haar hoger beroep vanwege het overschrijden van de termijn. Het beroep in cassatie werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het beroep in hoger beroep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.